Interview met Wouter Beke in 'De Standaard' over het thema 'De terugkeer van de ideologie'

Geplaatst op 1/2/2013
Categorie:

‘Wij zijn estafettelopers', zegt CD&V-voorzitter Wouter Beke. ‘Wij hebben de stok gekregen en proberen die stok in iets betere omstandigheden door te geven. Ik vind het belangrijker om een stap in de goede richting te zetten dan als een klein kind nukkig in de hoek te gaan zitten omdat ik niet mijn volle goesting heb gekregen.'

‘Ik ben opgegroeid met ziekte', zegt Wouter Beke. ‘Mijn vader was huisarts en dus werd ik voortdurend geconfronteerd met mensen die het niet zo goed hadden als ik. Als tiener moest ik weleens de deur opendoen voor jongens van mijn leeftijd die zich net niet hadden doodgespoten met drugs, en die ik samen met mijn moeder naar binnen moest dragen. Het zijn beelden die mij altijd zullen bijblijven. Nadenken over ideologie is voor mij geen abstracte oefening. Het gaat altijd over mensen, over concrete mensen.'

Zoals de mentaal gehandicapten in 't Brugske, een orthopedagogisch centrum waar de CD&V-voorzitter als jongeman vrijwilligerswerk deed. ‘Het is een centrum dat mijn ouders hebben gesticht in de jaren tachtig, omdat een aantal mensen geen opvang meer vond in het reguliere circuit. Daar ben ik vaak gaan helpen, als er uitstapjes werden gedaan, bijvoorbeeld. Het is in die tijd dat ik begon na te denken over ideologie, over het concept vrijheid, bijvoorbeeld. Wat is vrijheid? De vrijheid van iemand die geboren is met een zware handicap of die door een ongeval plots een fysieke of mentale beperking heeft, is toch van een andere orde dan de vrijheid waar u en ik over beschikken?'

Van thuis uit kreeg Beke een sterke Vlaamse bewogenheid mee, zegt hij. ‘Als tiener ging ik met mijn grootouders naar de IJzerbedevaart. Aan de unief kwam ik via zijn dochter in contact met Hugo Schiltz. Hij had een denkgroep rond zich verzameld die nadacht over de toekomst van Vlaanderen. Ik ben daar een paar keer naartoe gegaan, maar ben nooit lid geworden van de VU. Ik ben een christendemocraat in hart en nieren.'

Zit u in het midden, tussen links en rechts?

‘Niet als u daarmee bedoelt dat wij het compromis zijn. Ik noem ons liever het verstandige midden. Wij denken niet vanuit dogma's. De markt is niet per definitie goed of slecht, de overheid evenmin. Een christendemocraat gelooft niet in het absolute, meer in het genuanceerde. Vanuit een ideologische gefundeerdheid, niet vanuit een pragmatische houding. Daarom zijn wij ook omvattender als ideologie, vollediger.'

Maar wel grijzer, dus.

‘Die grijsheid kun je ook positief interpreteren. Ik word weleens afgeschilderd als een grijze partijvoorzitter. Maar zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Ik heb niet de ambitie om mij te vergelijken met grote Romeinse keizers, ik ga er niet vanuit dat ik later een hoofdstuk in het geschiedenisboek zal zijn. Ik ben er ook niet op uit om de tegenstellingen op de spits te drijven. Polariseren, dat kan het kleinste kind. Ik vind het mijn verantwoordelijkheid als politicus om de samenleving in moeilijke omstandigheden toch een stapje vooruit te laten zetten.'

Wanneer bent u politiek ontwaakt?

‘Een zeer belangrijke ervaring was zeker een toneelstuk waar ik op school in meespeelde:De komedie der ijdelheid van Elias Canetti. Canetti was een jood en schreef dat stuk in de jaren dertig. Het gaat over een samenleving die aan de rand van de afgrond staat omdat iedereen alleen nog aan zichzelf denkt. Het was in 1991, toen het Vlaams Blok bij ons doorbrak. De juiste maat der dingen was zoek, net zoals in dat toneelstuk. Die context, en de indruk die dat toneelstuk op mij maakte, hebben mij geÔnspireerd om politieke wetenschappen te gaan studeren.'

Hoe liep dat toneelstuk af?

‘Omdat iedereen alleen nog met zichzelf bezig is, beslissen de leiders dat alle spiegels moeten worden ingeleverd. Maar ook dat is geen goed idee, want op den duur weten mensen niet meer wie ze zijn. En moeten ze zich letterlijk spiegelen in de ogen van de anderen. Dat vond ik bijzonder beklijvend. Het is de kern van de boodschap die de joodse filosoof Emmanuel Levinas ons heeft gegeven: we zijn wie we zijn dankzij de ander. Dat is een personalistische boodschap, die ook de kern vormt van de christendemocratie.'

Dat personalisme, wat houdt dat precies in?

‘Een personalist is zich ervan bewust dat de mens geen abstract individu is, maar een concreet gemeenschapswezen. Zo worden kinderen ook opgevoed, in relatie tot de anderen, als sociale wezens. Niet alleen om de slimste en de beste en de snelste te zijn. Als personalist probeer je mensen ook sterker te maken, te empoweren , zodat ze hun eigen talenten kunnen ontwikkelen.'

Wanneer is dat personalisme ontstaan?

‘In de maalstroom van de jaren dertig werd een aantal katholieke denkers plots geconfronteerd met totalitaire systemen van links ťn van rechts. In het fascisme en het communisme werd alles ondergesneeuwd door het systeemdenken. Het personalistische gedachtegoed is daar een reactie op. Het zijn mensen zoals Jacques Maritain en Emmanuel Mounier die zo ook mee aan de basis lagen van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens.'

Wat maakt uw boodschap uniek?

‘Dat we niet alleen negatieve, maar ook positieve vrijheid willen stimuleren. Vrijheid betekent niet alleen dat iedereen zijn zin moet kunnen doen, maar ook dat iedereen zich kan ontwikkelen en kan omgaan met de vrijheid van anderen. Dat lees je in het boek 'De verovering van de vrijheid' van de Gentse filosofe Alicia Gescinska. Als kind kwam ze met haar ouders uit Polen naar hier. Maar ze besefte meteen dat ze met al die vrijheid hier niet veel kon. In de speelgoedwinkel hield niemand haar tegen om alle poppen te kopen, die negatieve vrijheid had ze. Maar haar vader had geen geld om een pop te betalen, ze had met andere woorden geen positieve vrijheid. Dat onderscheid is cruciaal.'

Wat kan een politicus daarmee?

‘Als je uitgaat van negatieve vrijheid, moet de politiek zoveel mogelijk remmen wegnemen zodat u als individu uw gang kunt gaan. Ik vind dat mensen er ook toe moeten worden aangezet om met die vrijheid iets te doen, om zich te verwezenlijken als mens, en wel op zo'n manier dat ook de samenleving er beter van wordt. Wij moeten mensen sterker maken, mogelijkheden geven.'

Maak dat eens concreet?

‘Het Europese model is gericht op sociale bescherming. Als het tegenzit, kun je een uitkering krijgen. In navolging van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum willen wij van die sociale uitkeringen sociale investeringen maken. CD&V blijft gekant tegen de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd, maar we verwachten wel dat werklozen actief blijven zoeken naar een job. Idem dito voor het gezinsbeleid: als we kwetsbare ouders een gezinsuitkering geven, verwachten we dat ze zich ontfermen over de opvoeding en schoolprestaties van hun kinderen. De context is belangrijker, maar mensen dragen ook persoonlijke verantwoordelijkheid.'

Toch schreef u in 2007 "De mythe van het vrije ik".

‘Toen ik dat boek schreef, hadden we net acht jaar paars achter de rug. En wat hebben we daaraan overgehouden? Het gedoogbeleid van softdrugs, de negatieve vrijheid. De snelbelgwet: je kon heel makkelijk tot onze gemeenschap toetreden, zonder dat er iets tegenover stond. In die paarse periode gingen we uit van het rationele individu dat zoveel mogelijk rechten moest hebben. De rechten werden geÔndividualiseerd, de plichten gecollectiviseerd. Het hele gratisverhaal was daar een typisch voorbeeld van. Vandaag weten we dat het onbetaalbaar is.'

Wat u enorm dwarszat, was de euthanasiewetgeving.

‘Niet de euthanasiewetgeving op zich, want wij hadden zelf ook voorstellen om euthanasie mogelijk te maken. Wat ons dwarszat, was het feit dat men erover praatte alsof dat de enige goede dood was. Misschien heeft dat ook te maken met mijn ervaringen in ‘t Brugske. Als we ervan uitgaan dat je alleen meetelt in deze samenleving als je niet afhankelijk bent, vind ik dat een bijna ondraaglijke gedachte. Omdat die mensen in ‘t Brugske allemaal afhankelijk zijn, zonder dat ze daar voor hebben gekozen. We worden trouwens allemaal afhankelijk geboren, dus in een rijke samenleving mag het niet onaanvaardbaar zijn dat je als mens afhankelijk mag sterven.'

Mag ik er niet voor kiezen om er zelf uit te stappen voor ik afhankelijk word, zoals Hugo Claus dat heeft gedaan?

‘Daar heb ik geen probleem mee. Ik heb de huidige regeling ook nooit bevochten. Ik heb alleen een probleem met een samenleving die euthanasie de enige juiste beslissing vindt. Ik ken niemand die hoopt dat hij morgen dement wordt, maar we moeten toch de gedachte kunnen toelaten dat we vroeg of laat afhankelijk zullen zijn. U en ik zijn gezond, maar we kunnen morgen ook overreden worden en voor de rest van ons leven afhankelijk zijn.'

Bent u dan tegen de uitbreiding van de euthanasiewet?

‘Uitbreiding is op zich geen probleem, maar wat ik in het debat mis, is een totaalvisie. Gaat men de huidige wet hier en daar wat oplappen of durft men echt grondig na te denken over het levenseinde? Wij pleiten voor een zorg-ethische benadering. Eigenlijk zijn wij de meest liberale partij in dit debat, omdat wij vinden dat de overheid niet te veel in categorieŽn moet denken: die kan wel euthanasie krijgen en die niet. Onze invalshoek is die van het personalisme: er is niet alleen de patiŽnt, er is ook de omgeving van de patiŽnt.'

Moet ik dan straks toestemming vragen aan mijn dochter als ik euthanasie wil?

‘Het is geen kwestie van toestemming, het is een kwestie van betrokkenheid. Onlangs las ik het verhaal van een man die pas na de dood van zijn moeder het bericht kreeg dat ze euthanasie had gevraagd. Ik ben niet tegen euthanasie, maar ik geloof in dialoog.'

Toen u tien jaar geleden een ideologisch congres van CD&V voorzat, pleitte u voor het homohuwelijk. Dat was toen behoorlijk vooruitstrevend.

‘Wij vonden de aard van een relatie ondergeschikt aan het duurzame karakter ervan. Die duurzaamheid moeten we misschien leren herontdekken. Ik lees tegenwoordig steeds vaker dat het niet goed is voor de kinderen als ze na een scheiding in een ontwrichte situatie terecht komen. Als mensen de keuze maken om kinderen op de wereld te zetten, moeten ze zich er toch van bewust zijn dat dat een keuze voor het leven is.'

Gaan we tegenwoordig te gemakkelijk uit elkaar?

‘Ik denk van wel. En ik denk dat we de effecten daarvan onderschatten. We moeten natuurlijk voorzichtig zijn. Ik wil er geen karikatuur van maken, ik ben niet tegen echtscheidingen. Als een relatie structureel kapot is en er is oorlog in het huishouden, dan moeten mensen uit elkaar kunnen gaan. Maar de slinger is te ver doorgeslagen. Opnieuw moet ik terugkomen op mijn grondhouding: wij zijn relationele wezens, met vrijheid maar ook met verantwoordelijkheid.'

Wat is er nog christelijk aan de christendemocratie?

‘Het christendom is een drager van waarden die wij belangrijk vinden: solidariteit, verantwoordelijkheid, rentmeesterschap... Na de aanslagen van 11 september 2001 heeft de Duitse filosoof JŁrgen Habermas, toch niet echt een christelijke denker, gezegd dat onze samenleving gebouwd is op waarden die een christelijke bron hebben. Het christendom heeft niet het monopolie op die waarden, maar wij vinden dat er meer over gesproken mag worden.'

Dat blijft nogal vaag. Die C in CD&V is dus niet zů belangrijk?

‘Toch wel. De rol van die C is altijd dezelfde geweest. In 1945 stond al in het kerstprogramma van de toenmalige CVP dat de partij christelijk is omdat ze waarden aandraagt die historisch door het christendom zijn geÔntroduceerd, maar vandaag gemeengoed zijn voor gelovigen en niet-gelovigen.'

Inspireert het geloof ķ nog?

(lange stilte) ‘Ja, maar niet zozeer wat betreft het vraagstuk van het leven na de dood. Voor mij is dat geen afgesloten vraag, ik ben nog zoekende. Ik ben geen wekelijkse kerkganger, maar ga wel af en toe, met het hele gezin. En ik praat erover met de kinderen. Over verhalen in het evangelie. Niet omdat die verhalen altijd letterlijk waar zouden zijn, maar omdat ze kunnen inspireren. Als Jezus over het water loopt, dan is dat geen mirakel, maar een verhaal dat aantoont dat je meer kunt dan je denkt, als je ergens echt in gelooft. Dat er meer in je zit dan je voor mogelijk had gehouden.'

U praat er erg voorzichtig over.

‘Omdat ik er geen forse uitspraken over in de aanbieding heb. Het is minder een kwestie van woorden dan van engagement. Christenen hebben zich altijd geŽngageerd, in het onderwijs, de ziekenzorg, de armoedebestrijding... Mensen die helpen bij voedselbedelingen, dragen in mijn ogen christelijke waarden uit. Ik ken iemand die elke dag in het rusthuis vrijwilligerswerk doet, en helpt bij het eten. Voor die vrouw is dat het mooiste moment van de dag. Ze heeft het goed en wil iets terugdoen voor de gemeenschap.'

Is dat typisch christelijk?

‘Ik denk dat je op twee manieren in het leven kan staan. Sommigen die het goed hebben, willen in hun vrije tijd vooral genieten. Anderen willen iets terugdoen voor mensen die het minder goed hebben.'

In de politiek gaan, is dat ook iets teruggeven?

‘Nu stelt u het iets te mooi voor, denk ik. Al help je als politicus wel bij het uitbouwen van de publieke zaak. Politici worden door velen verguisd, maar ik vind het een nobel engagement. Al zijn er uiteraard momenten dat je zou willen dat je iets anders deed.'

Voor u in de politiek ging, was u assistent aan de KU Leuven. Denkt u nooit: was ik maar academicus gebleven?

‘Elke dag. (lacht) Niet dat ik mijn job niet graag doe, maar ik probeer altijd toch de samenleving te analyseren. Ik probeer ook zoveel mogelijk te lezen en te schrijven. Ik ben volop bezig aan een boek dat in het verlengde ligt van De mythe van het vrije ik . Dat boek was in 2007 het ideologische basisprogramma van de partij en we hebben daar toen toch de verkiezingen mee gewonnen.'

Uw Operatie Innesto, waarin moet die uitmonden?

‘In een programmacongres later dit jaar, waarin we onze ideologische wortels op een eigentijdse manier zullen vertalen in concrete voorstellen. We zullen er onder meer ons woonbeleid en arbeidsmarktbeleid van de komende vijf jaar uitstippelen.'

Denkt u dat ideologie de kiezer nog aantrekt?

‘Niet rechtstreeks, maar een sterke onderbouw blijft nodig. Er is geen enkele kiezer die het kerstprogramma van de CVP uit 1945 heeft gelezen, dus daar trek je de kiezer niet mee aan. En als je de verkiezingen verliest, is dat niet omdat je ideologie niet meer aanslaat. Wij hebben in 2010 de verkiezingen verloren omdat onze geloofwaardigheid weg was. We hadden beloofd om B-H-V te splitsen en een staatshervorming te realiseren, en dat was niet gebeurd. Nu wel. En een deel van je geloofwaardigheid als politicus is toch ook je ideologische gedrevenheid. Sommige politici gaan als een playmobilmannetje naar een debat en zeggen wat de woordvoerder heeft voorgekauwd. Ik vind dat je in debatten jezelf moet zijn.'

Luistert u naar spindoctors?

‘Ik luister naar wat ze te vertellen hebben, maar ik volg mijn eigen koers. In 2004 was Yves Leterme voorzitter en had de partij input gekregen van dure bureaus. Ik ben toen met een paar mensen gaan samenzitten en na twee dagen brainstormen kwamen we uit op het centrale begrip ‘respect'. Yves was bang dat het te conservatief en paternalistisch zou overkomen. Ik ben toen zelf naar markten en shoppingcentra getrokken om mensen te vragen welke associaties het begrip opriep. En dat was overwegend positief. Dat was het goedkoopste marktonderzoek dat we ooit hebben gedaan.'

Was Leterme direct overtuigd?

‘Hij is er nog over gaan praten met reclamemaker Jens Mortier, en die vond het een zeer goed idee.'

Uw boek over vrijheid en die slogan ‘respect' zijn allebei een tikje Deweveriaans van inslag. Alleen scoort u er minder mee dan hij, u bent terughoudender.

‘Wel, misschien is dat nu net een stijlelement van de christendemocratie. Wij zetten onze concepten nooit met veel lawaai in de markt, omdat wij beseffen dat het absolute niet bestaat. Ja, wij geloven in een sterker Vlaanderen, maar Vlaanderen is niet het absolute. Ja, wij geloven in de vrije markt, maar de markt kan niet alles oplossen. Ja, wij geloven in de overheid, maar de overheid moet niet alles overnemen. In een gemeente met een actieve jeugdbeweging moet het bestuur geen ambtenaar aanstellen om jeugdkampen te organiseren, dat gebeurt vanzelf.'

Voorzichtig besturen, zonder grote schokken, is dat ook christendemocratisch?

‘Onze centrale waarde in dat opzicht is rentmeesterschap. Wij zijn estafettelopers. Wij hebben de stok gekregen van onze voorgangers en proberen die stok in iets betere omstandigheden door te geven aan onze opvolgers. Zo zit ik in elkaar. Ik vind het belangrijker om een stap in de goede richting te zetten dan als een klein kind nukkig in de hoek te gaan zitten omdat ik niet mijn volle goesting heb gekregen. Wij moeten koesteren wat we gekregen hebben en iets beters doorgeven aan de mensen die na ons komen. Wij zijn verbonden met de generatie voor ons en die na ons.'

De doden en ongeborenen horen ook bij de gemeenschap?

‘Precies. En ook de mensen die pas geboren of stervende zijn. Die maken volwaardig deel uit van onze gemeenschap. Ook mensen die afhankelijk zijn, ook mensen die gehandicapt zijn. Als ik een vooraanstaand filosoof (Beke verwijst naar Etienne Vermeersch, red.) hoor zeggen dat gehandicapte baby'tjes beter niet geboren waren, kan ik woest worden.'

Wouter Beke, woest?

(lacht) ‘Dat kan gebeuren. Als ik zulke uitspraken hoor, bijvoorbeeld. Iemand die zoiets beweert, weet volgens mij niet wat hij zegt. Wij moeten toch niet streven naar een wereld waarin iedereen perfect is? Niemand is perfect. Als ik praat over gehandicapte mensen of over mensen die afhankelijk zijn, dan zie ik geen statistieken of geen slogans, dan zie ik de mensen in ‘t Brugske. Er zijn zoveel vrijwilligers en gezinnen die zich inzetten om die mensen te verzorgen, weken, maanden, jaren aan een stuk. Daarvoor kan ik alleen respect opbrengen.'

Toen u als tiener vrijwilligerswerk deed in ‘t Brugske, was dat dan om uw vader een plezier te doen? Of omdat u dat echt graag wilde?

‘Ik deed dat niet om mijn vader een plezier te doen, maar omdat ik dat zelf graag wilde. Je krijgt ook veel dankbaarheid terug. Ik herinner mij nog een uitstap die we maakten na de dood van koning Boudewijn. Enkele mensen van ‘t Brugske wilden het stoffelijk overschot gaan groeten, en ik ben toen meegegaan om hen te helpen begeleiden. Dat was een dag om nooit te vergeten. Ik ben zeker geen royalist, maar voor die mensen was de koning een stuk van hun leven, het was een dag van grote emoties.'

Over het Hof gesproken: staat BelgiŽ op het spel in 2014?

‘In 2014 willen wij dat het debat gaat over de uitvoering van de huidige staatshervorming. De essentiŽle vraag volgend jaar is wat mij betreft: wil men nog een federale regering maken of niet? Ik kan begrijpen dat heel wat Vlamingen er moeite mee hebben om geleid te worden door een Franstalige premier. Maar als je liever een Vlaming als premier hebt, moet je de partijen sterker maken die bereid zijn om een federale regering te vormen. Het is niet door een Vlaamse regering te vormen, dat je een andere premier krijgt.'

Is er vertrouwen voor 2014?

‘Ja, er is voldoende vertrouwen om het komende anderhalf jaar hard te werken. De realisaties mogen ook gezien worden. En als we vandaag een communautair akkoord hebben, dan is dat ook, in alle bescheidenheid, omdat ik daarvoor heb gezorgd.'

Zet u dat genoeg in de verf?

‘Ik schreeuw zulke dingen niet van de daken, zo zit ik niet in elkaar. Maar het is een belangrijke stap geweest. Mede daardoor kunnen wij onze geloofwaardigheid terugwinnen. Volgens mij geeft de uitslag van de provincieraadsverkiezingen het gewicht van onze partij aan: 21,5 procent. Wij hebben ook duidelijk leiderschap in de aanbieding, met Kris Peeters. Bij andere partijen is dat leiderschap minder uitgekristalliseerd.'

Wanneer komt Herman Van Rompuy vrij?

‘Hij is Europees president tot eind 2014. Dus als ze maanden na de verkiezingen nog in een institutionele crisis zitten, kan hij eventueel terugkomen. (lacht) Al denk ik niet dat hij daarop zit te wachten.'

En hij heeft nu een Nobelprijs op zak. Terecht, vindt u?

‘Zeer terecht. Wij leven in een van de meest welvarende regio's ter wereld, zonder de dreiging van oorlog. Wij vinden het misschien vanzelfsprekend dat Europa sinds de Tweede Wereldoorlog geen conflicten meer heeft gekend, behalve in ex-JoegoslaviŽ. Maar dat is niet vanzelfsprekend. Dat heeft te maken met wat politieke wetenschappers het pacificatiemodel noemen: er is in Europa een consensus over een aantal spelregels. Die pacificatietheorie heb ik in mijn doctoraatsthesis destijds toegepast op de christendemocratie: wat geldt voor Europa, geldt ook voor een volkspartij als de CVP en later CD&V. Wij zijn een ideologisch gefundeerde partij die mensen met elkaar wil verbinden, geen pragmatische club die sowieso het midden zoekt.'

<< Terug

Content Management Powered by CuteNews