Kandidaten Federaal 2019

26 mei: Wetteren kiest…

Wetteren en haar buurgemeenten trekken met enkele sterke vrouwen naar de verkiezingen van 26 mei. Ze krijgen alvast onze steun en kunnen hopelijk ook rekenen op uw stem!

ELS VERTÉ (Federaal Parlement, 6e opvolger)

“Al te vaak word ik beroepsmatig geconfronteerd met situaties waarvan ik denk dat het beter moet kunnen. Ik wil hier rond niet langer vanop de zijlijn toekijken.
Sedert januari zetel ik , als kersverse CD&V-politica, in de gemeente- en OCMW-raad van Laarne. Maar mijn ambitie reikt verder, op federaal vlak. Justitie en kinderarmoede liggen me bv. nauw aan het hart. Als advocaat én mama van vier kinderen weet ik van aanpakken en heb ik, met mijn 50 lentes en 28 jaar juridische ervaring, de gedrevenheid om rond deze thema’s te werken.”

DOMINIQUE VAN OVERMEIRE (Vlaams Parlement, 17e plaats)

Dominique woont net over onze gemeentegrens in Wichelen en geeft les aan het Stella Matutinacollege in Lede. Binnen het ACV behartigt ze de belangen van haar onderwijscollega’s op lokaal, provinciaal & nationaal niveau. Haar man Koen De Mey is voorzitter van ACV-Transcom. “Ik ga voor kwaliteitsvol onderwijs. Dat betekent meer werkingsmiddelen en gelijke onderwijskansen voor elk kind. Met CD&V wil ik doordachte keuzes maken zodat de levenskwaliteit van de Vlaming vergroot en naar juiste oplossingen zoeken die betaalbaar blijven voor ons allen. Dat alles op een positieve en redelijke manier waarbij de Vlaming centraal staat.”

ISABELLE DERDER (Vlaams Parlement, 14e opvolger)

Isabelle is al jaren actief als gemeenteraadslid en fractievoorzitter van CD&V Lede. Als leerkracht aan het Sint-Gertrudiscollege in Wetteren kent ze de bekommernissen en de toekomstvisie van onze toekomstige generaties. Dat laatste probeert ze zich in de politiek ook eigen te maken: een toekomstvisie voor onze gemeenschap. Ook het huidige beleid in Lede weet ze meer dan gestalte te geven. “Als voorzitter van de verkeerscommissie teken ik mede het beleid uit voor meer veiligheid en voor een betere mobiliteit. En dit steeds met respect voor de leefbaarheid en het landelijke karakter van de omgeving.”

Vorige berichten